Systemisch werk

Wanneer we individueel of in groepen persoonlijke vragen en thema’s verbinden met een groter geheel, dan maken we in feite contact met het zogeheten ‘Wetende Veld’.

Het wetende veld.

Bij opstellingen dient zich telkens een wonderlijk en verbazingwekkend fenomeen aan. Het opmerkelijke is dat de representanten, vanaf het moment dat zij zijn opgesteld, zich voelen zoals de personen die zij vertegenwoordigen. Soms vertonen zij zelfs hun lichamelijke symptomen. Dit alles wordt beleefd zonder dat de representanten meer over de familie weten; zij weten enkel welke persoon zij vertegenwoordigen. Zo wordt keer op keer duidelijk dat tijdens een opstelling, via de representanten, een wetend krachtveld werkt tussen de cliënt en de leden van zijn systeem. Kennelijk krijgen/hebben representanten toegang tot, wat we noemen, het ‘Wetende veld’. Het feit dat de representanten toegang hebben tot een weten dat zij eigenlijk niet zouden kunnen hebben, is vooralsnog onverklaarbaar. Maar zeer waarschijnlijk heeft het te maken met het begrip Morfogenetisch veld, dat al een eeuw geleden door Alexander Gurwitch werd gehanteerd naar aanleiding van embryologische studies. Het Morfogenetisch veld werd uitgebreid bestudeerd door Rupert Sheldrake (1942). Hij herkende op uitgebreide schaal het bestaan van dit veld in gedragsveranderingen en zelf fysieke veranderingen binnen een diersoort, terwijl ze op twee ver van elkaar verwijderde continenten leefden.

Dit wetende veld is de bron en tevens ondergrond waarop  niet alleen een systemische opstelling zich beweegt, maar vormt ook de bron bij de volgende methodieken.

Er zijn verschillende methodieken om systemisch werk te doen en verbinding te maken met dit wetende veld.

1. De opstelling in een groep.

Hier brengt iemand een vraag of thema in dat wezenlijk voor hem/ haar is. We nemen tijd om de vraag te verhelderen en overige groepsleden werken mee bij het neerzetten van een (deel van) de familie. Vaak wordt er dan meteen een bepaalde familiedynamiek zichtbaar. In het werk met de opstelling richten we ons op het verhelderen van de getoonde dynamieken, het aandacht en plek geven aan mensen en gebeurtenissen die tot nu toe niet zichtbaar waren. En we schenken aandacht aan een juiste ordening in de familie.

 2. Imaginaire verbinding.

Vaak is ook het zich voorstellen van een persoon uit de familie, het in de verbeelding aankijken van iemand heel krachtig. Wanneer men erin slaagt vanuit het hart te “kijken” en met alle aandacht in de verbeelding te gaan, dan heeft dat effecten op pijn, onrust, en andere signalen in het lichaam.

 3. Het maken van een genogram.

Het op papier in beeld brengen van de gehele familie tot in vorige generaties , met de daarbij behorende fricties, geheimen, ingrijpende gebeurtenissen opent ook het systemisch bewustzijn.

4. Werken met de onderbroken beweging.

Soms is er bij of voor de geboorte al sprake geweest van een hiaat in de verbinding met de moeder. Een gevoel van onveiligheid in de baarmoeder, of in het eerste jaar na de geboorte heeft een diep effect op het lichaamsgevoel van de baby. Een totale verbinding met het lichaam van de moeder, en na de geboorte met de moeder, is dan niet meer mogelijk. De beweging van het leven en de levensenergie is dan onderbroken. Dit heeft soms tot resultaat dat het aannemen van het leven bijna onmogelijk is geworden. Meestal uit zich dat in het niet werkelijk kunnen aan nemen van liefde in relaties, van succes in het leven, van positiviteit. Het in beeld brengen van deze basale onderbroken beweging opent al een venster in het bewustzijn. Het zien van moeder en waar zij  vandaan komt kan verzachtend werken. Soms is ook het opnieuw beleven van de onderbroken beweging en deze in het hier en nu weer verbinden mogelijk.